Inmiddels zitten we weer in een tweede volledige lock-down waarbij de scholen weer allemaal dicht zijn. Weer de kinderen thuis. Overviel de vorige lock-down ons nog en waren de meeste ouders ook noodgedwongen thuis, inmiddels hebben de meeste bedrijven/ -instanties wel een oplossing gevonden waardoor moeders en vaders gewoon door moeten werken. Lastig te combineren met kinderen die de hele dag thuis zijn en thuis onderwijs nodig hebben.

Wat een drama:
Ook voor de kinderen staat de wereld weer helemaal op z’n kop. Ze kunnen hun energie niet meer kwijt, niet meer met vriendjes spelen, hoeven niet meer naar school te fietsen, het sociale netwerk staat op z’n kop, geen sportclub of verenigingsleven (voor zover dat nog aanwezig was). Gelukkig is er via sociale media nog veel contact te zoeken maar daar zitten we eigenlijk niet op te wachten: nog meer schermtijd.

Wat doet het met je als je de hele dag thuis zit? Je wordt steeds lustelozer, je energie raakt op, je zin houdt op, je gaat misschien te veel eten. Je zit bovenop elkaar en ergert je aan alles en iedereen. Als we de media moeten geloven lopen onze kinderen een grote leerachterstand op en in sommige gevallen zal dat zeker het geval zijn. Zeker als de thuissituatie niet gezellig is en er weinig ruimte en middelen zijn is dit vaak de laatste druppel om de boel te laten escaleren. We zijn meer dan ooit op onszelf en onze directe familieleden aangewezen. Niet altijd makkelijk.

Niet alle kinderen en volwassenen zitten lekker in hun vel. Op je werk en in de media hoor je allerlei schrijnende verhalen, er worden mensen ziek, je mag naar niemand toe, je hebt behoefte aan een arm om je schouder maar je mag alleen met je eigen man en kinderen knuffelen. Sommige kinderen hebben van nature al een lastig karakter, en volwassenen ook. Heb jij ADHD, Autisme of ben je hooggevoelig met een sterke wil, dan is het extra lastig om het gezellig te houden in huis. Ouders hebben ook hun eigen rugzak vol karaktereigenschappen en trauma’s en alles wordt momenteel onder een vergrootglas gelegd.

Wat zijn dan de kansen?
Als je echter een beetje positief in het leven staat kun je deze tijd ook zien als een tijd vol kansen. Weg hectiek, weg steeds maar op tijd moeten zijn en lekker tijd voor elkaar. Waar loopt je kind tegenaan bij het leren? Een uitgelezen kans om dat samen uit te vogelen.

Veel kinderen die in beelden denken hebben zelf niet in de gaten dat het onderwijs zoals school het aanbiedt niet past. Omdat ze dat niet weten blijven ze net zolang proberen en oefenen tot ze het, soort van, voor elkaar krijgen. Thuis blijkt dat het eigenlijk veel sneller kan als ze de tijd en ruimte krijgen om zich de stof echt eigen maken.

Het kost een hoop energie om overprikkeld te zijn.
Veel beelddenkers zijn snel overprikkeld en kunnen zich op school niet goed concentreren. Door die slechte concentratie hebben ze heel lang nodig om erachter te komen wat nu precies de bedoeling is. Inmiddels is de klas al verder en lopen ze continue achter de feiten aan. Doordat ze steeds achter de feiten aanlopen zijn ze in een constante staat van stress wat de concentratie ook alweer niet ten goede komt. Thuis worden ze niet, of minder, afgeleid en kunnen ze op hun eigen manier achterhalen hoe het in elkaar steekt en dus gewoon bijblijven en meekomen met de klas.

Aanpassen aan het gemiddelde kind.
Een van de eigenschappen van beelddenkers, ook volwassen beelddenkers, is het aanpassen aan de geldende norm. Ze kijken af hoe het moet en doen hun best om in het algemene plaatje te passen. Dat kost ook heel veel energie. Die energie kun je dus niet stoppen in de ontwikkeling van het rekenen en lezen of je werk.

Als je merkt dat de aanblik van het rekenboek een hoop stress oplevert, dat kan zo ver gaan dat je kind spontaan in huilen uitbarst, dan is het verstandig om te achterhalen waar die stress vandaan komt. Op school laten ze vaak niet merken wat die stress met hen doet, dan krijg jij hooguit een vervelend kind thuis. Nu ze thuis in een veilige setting zijn laten ze ineens de stress de vrije loop en zie jij wat de rekenles met je kind doet. Iets wat moeizaam gaat is niet leuk. Een kind met reken- of leesproblemen zal het niet leuk vinden om te rekenen of lezen. En toch is ieder kind in staat om te leren rekenen of lezen. Niet als het onder dwang moet maar wel met de juiste begeleiding. Maar als je je aanpast laat je dat vooral niet merken aan de juf of meester.

Eigen beperking als ouder.
Ik snap best dat het niet voor iedere ouder is weggelegd om hun kind uitgebreid les te geven. Als je zelf vroeger moeite had op school omdat je dyslexie hebt/ had of zelf een beelddenker bent en het nooit goed begrepen hebt wordt het lastig om nu ineens aan je kind te vertellen hoe het moet. Maar jij bent ouder, en wijzer, geworden en jouw kind kan wel eens de technieken die jij in je latere leven, middelbare school of nog later, jezelf eigen hebt gemaakt, nu al kunnen gebruiken om wel tot leren te komen.

Als jij hierachter komt tijdens deze Lock down kun je gaan uitproberen wat goed werkt bij jouw kind. Wil je kind graag met concreet materiaal werken, wil ze graag een mindmap maken om een samenvatting te maken? Op school wordt vaak voorgekauwd hoe ze iets moeten leren of maken, thuis heb je de vrijheid om het zelf uit te zoeken. Neem er de tijd voor om samen op ontdekkingsreis te gaan. Leren hoeft niet op altijd dezelfde manier er zijn heel veel verschillende manieren om te leren en niet elke beelddenker is hetzelfde en leert hetzelfde.

Hoe doe je dat dan? Je kind lesgeven?
Als eerste spreek je je vertrouwen uit naar je kind dat hij het best kan. Ga niet elk foutje verbeteren maar laat je kind eerst zien wat het al wel kan. Dat is je basis. Als je merkt dat het moeizaam gaat kun je benoemen dat je ziet dat je kind nog niet precies weet wat het moet doen. Leg dan uit dat dat niet erg is en dat jullie het samen uit gaan zoeken. Twee weten meer dan een. Wordt een team. Neem niet alle verantwoordelijkheid maar draag die samen. Uiteindelijk zit je er straks ook niet naast, jij kan het al.

Lezen.
Bij het lezen kun je lekker de tijd nemen om samen te lezen. Pik 5 moeilijke woorden uit de tekst en bespreek vooraf wat die woorden betekenen. Laat ze alvast een keertje opschrijven zodat je kind al een mooi woordbeeld heeft van het woord. Als het die 5 woorden tegenkomt in de tekst weet het dan meteen hoe het ze moet uitspreken. Dat geeft vertrouwen. Alle andere moeilijk woorden zeg jij gewoon en besteed je geen aandacht aan dat het die nog niet weet.

Als je kind merkt dat het op deze manier de woorden wel kan onthouden en weet uit te spreken kan dat dus ook met andere woorden. Leer je kind aan dat het moeilijke woorden even opschrijft en dan later vraagt wat het betekent. Zo wordt je kind bewust van het feit dat het nog niet alles weet maar wel steeds meer te weten kan komen en zelf actief kan zijn in zijn eigen leerproces.

Spelling:
Bij spelling gaan we ook niet met het rode potlood aan de gang. Zie je dat een woord steeds verkeerd geschreven wordt ga dan samen opzoeken hoe je het woord wel schrijft, dan is er geen discussie mogelijk, en ga je samen beredeneren waarom het woord zo geschreven moet worden. Als beelddenkers weten waarom, kunnen ze accepteren dat het zo moet. Op deze manier wordt de spellings- of grammaticaregel uit het opdreunen gehaald en echt begrepen waardoor je kind het de volgende eer beter en makkelijker toe kan passen. Maak eventueel een schriftje waarom je de regels duidelijk met tekeningetjes opschrijft. Ook hier werkt het om het woord een paar keer over te laten schrijven en visueel in het hoofd in te prenten, maak er een plaatje van in het hoofd.

Rekenen:
Bij rekenen is het heel belangrijk dat de juiste, handige strategie wordt toegepast. Nu zijn er voor verschillende bewerkingen vaak meerdere strategieën mogelijk. Vaak wordt er op school een manier behandeld en moeten alle kinderen die strategie volgen. Maar misschien is deze strategie niet de makkelijkste manier voor jouw kind. Ga samen brainstormen hoe je de som op zou kunnen lossen. Vraag hoe je kind de som oplost in zijn hoofd. Is dit logisch en handig? Niets aan doen, ook als het niet overeenkomt met de gangbare strategie van school. Is het echter een omslachtige methode dan zou je deze op kunnen schrijven en samen naar een volgende oplossing kunnen zoeken. Zelf doe je ook een suggestie met de gangbare of jouw strategie. Zo kom je uiteindelijk op 5 verschillende manieren. Ga de som nu volgens al deze manieren uitrekenen en kom samen tot de conclusie welke manier het makkelijkst is. Hier mag je natuurlijk wel in sturen maar wel het kind zichzelf laten overtuigen dat zijn omslachtige methode echt niet de makkelijkste is.

Rekenen is tekenen.
Voor veel rekensommen is het essentieel dat je tekent wat je aan het doen bent. Tekenen geeft heel veel inzicht en kan laten zien wat al die woorden je kind willen zeggen. Beelddenkers zijn sterk in visueel-ruimtelijk denken maar hebben minder met woorden. Door de woorden om te zetten in een tekening wordt het veel sneller duidelijk wat de bedoeling is van de som. Vaak zijn al die verschillende sommen na elkaar een oefening begrijpend lezen en komt je kind niet meer toe aan waar het in de rekenles om draait: sommen uitrekenen. Talige kinderen hebben daar veel minder problemen mee en zien vrij snel wat de bedoeling is en kunnen hun energie veel meer stoppen in het uitrekenen.

Rekenen met materiaal.
Naast tekenen is het gebruik van materiaal heel belangrijk. Pak gerust de blokkendoos erbij, of de legoblokjes. Eigenlijk hoef je niet verder te gaan dan groep 4 om goed te kunnen rekenen. Als je begrijpt hoe het getallenstelsel in elkaar steekt komt het uiteindelijk altijd neer op rekenen tot 20. Dit kun je heel inzichtelijk maken met legoblokjes. Maak tienstaafjes door 10 legoblokjes op elkaar te stapelen, maak er hier minstens 10 van. De rest van de blokjes laat je los. Eventueel nog stapeltjes van 5 om goed met het vijftallig stelsel te kunnen rekenen. Nu gewoon elke keer de getallen neerleggen in blokjes. 26 is twee tienstapels en 6 lossen blokjes of een 5-stapel en 1 los blokje. Ga je hier iets bij optellen, bijvoorbeeld 37 dan leg je weer 3 tienstapels, 1 vijf-stapel en 2 losse blokjes neer. Vervolgens gaan we uitrekenen. Eerst alle tienstapels bij elkaar: dat zijn er 5. Benoem dat dit dus 50 is. Dan de vijfstapels, hé dat is ook samen 10 dus hebben we al 6 tienstapels, dus 60. Hoeveel lossen blokjes hebben we nog? Precies: 3. Uitkomst 63. Nu weet je kind precies wat het heeft gedaan en is het getalbegrip weer een stuk dichterbij.

Splitsen wat is dat?
Als je dit een keer samen met je kind gedaan hebt maak je de afspraak dat het de rest van de sommen zelf kan doen met behulp van de blokjes. Eerst helemaal samen en steeds meer door je kind laten doen. Vervolgens kun je laten zien dat het eigenlijk hetzelfde is als de verschillende bewerkingen die ze in hun rekenschrift moeten doen zoals springen op de getallenlijn en splitsen.

Veel beelddenkers raken in de war door al die verschillende tussenbewerkingen waardoor ze het gevoel met het rekenen zelf kwijtraken. Vaak doen ze het intuïtief al goed maar hebben ze geen idee wat ze met die splitssommen aan moeten. Er zit geen beeddenklogica in.

En dan de tafels:
Naast rekensommen zijn op de lagere school de tafels ook heel belangrijk. Automatiseren zit niet in het pakketje van beelddenkers dus dat levert vaak problemen op. Door er een spelletje van te maken kun je ze toch zover krijgen om vaak te oefenen. Want vaak oefenen is toch belangrijk. Als eerste ga je ze leren dat je de tafelsommen handig uit kan rekenen en daarna maak je er bijvoorbeeld een memory van. Door je kind zelf de kaartjes te laten maken, 10 kaartjes met de sommen en 10 kaartjes met de uitkomsten heeft hij alweer een keer de tafel gezien. Daarna kun je met die kaartjes allerlei spelletjes doen. Door ze door de kamer te verspreiden koppel je de plaats in het hoofd aan de som of uitkomst. Ook dit zijn beelden die een beelddenker veel makkelijker kan onthouden.

Beweging doet leren.
Door spelletjes te gaan doen voeg je gelijk beweging toe wat ervoor zorgt dat de hersenen ontvankelijk zijn voor leren. Maak er een liedje van, buig bestaande spellen om in rekenspellen, i.p.v. wie is het, welk getal is het? Wees creatief en laat je kind meedenken. Zo komen we met z’n allen de corona-lock-down weer door. Als je merkt dat het helpt maak dat eens een afspraak met de leerkracht om te onderzoeken wat de mogelijkheden van school zijn om meer beelddenkvriendelijk onderwijs in te voeren.

Met meer vertrouwen terug naar school.
Door je kind te laten zien dat het prima in staat is om te lezen, rekenen en schrijven geef je het zijn zelfvertrouwen terug. Omdat klasgenoten vaak makkelijker leren nemen beelddenkers nogal eens aan dat zij dus dommer zijn. Ze zoeken de fout bij zichzelf en weten niet dat ze prima kunnen leren, als ze maar op de juiste manier les krijgen. Die juiste manier kun jij nu voor jouw kind realiseren waardoor een achterstand omgebogen wordt in een kans en jij en je kind weer met meer vertrouwen de rest van het schooljaar tegemoet gaan.

Wil je meer weten over beelddenkers en het onderwijs?
Lees dan het boek: “Beelddenkers, Als kwartjes vallen…”

Beelddenkers, als kwartjes vallen…
Beelddenkers, als kwartjes vallen…

Voor mensen die liever luisteren dan lezen.
De Beelddenkers Podcast: thuisonderwijs voor beelddenkers.

Bijdrage: Natasja Meijer
Natasja helpt beelddenkende kinderen in het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en thuiszitters met het leren op hùn manier.
Vorig artikelHoe zorgde de Eerste Wereldoorlog ervoor dat je nu naar de plastisch chirurg kunt?
Volgend artikelVerander je mindset middels de wet van herhaling