Nieuwe kankermedicijnen in Nederland minder voorgeschreven dan in de rest van Europa

Nieuwe kankermedicijnen in Nederland minder voorgeschreven dan in de rest van Europa
Nieuwe kankermedicijnen in Nederland minder voorgeschreven dan in de rest van Europa

Twaalf maanden nadat een nieuw kankermedicijn is opgenomen in het verzekeringspakket, wordt het in Nederland aanmerkelijk minder voorgeschreven dan in andere Europese landen. De vraag is wat de verklaring hiervoor is.

Nieuw onderzoek
Uit een onderzoek van het Nederlandse adviesbureau Vintura blijkt dat nieuwe kankermedicijnen in Nederland minder vaak worden voorgeschreven dan in Duitsland, Engeland, Frankrijk, Italië, Spanje, Denemarken, Sweden, Tsjechië en Polen.
Dit blijkt uit een studie die is uitgevoerd in opdracht van de Europese Federatie van Farmaceutische Bedrijven en Verenigingen (EFPIA) en vandaag gelanceerd wordt.

In de studie is gekeken naar het daadwerkelijke gebruik van een nieuw kankermedicijn per hoofd van de bevolking, een jaar nadat het is opgenomen in het verzekeringspakket.

Dit is gedaan voor 13 innovatieve kankermedicijnen die in de periode 2013-2017 door het Europees Geneesmiddelen Agentschap (EMA) zijn toegelaten op de Europese markt. Het onderzoek richtte zich op 10 landen, waaronder Nederland. Nederland kwam van de 10 landen als slechtste uit de bus.

Nederland relatief snel in het nemen van een vergoedingsbesluit
De toelatingsprocedure door EMA duurt gemiddeld 403 dagen. Dit is 242 dagen later dan in de Verenigde Staten, zo werd vorige week gepubliceerd.
Deze therapieën moeten vervolgens in de individuele lidstaten van de Europese Unie (EU) worden toegelaten tot het verzekeringspakket. In Nederland duurt dit proces gemiddeld 234 dagen. Ondanks het feit dat deze tijdslijn langer is geworden in de afgelopen jaren, behoort Nederland daarmee nog steeds tot de koplopers in Europa: het Europese gemiddelde ligt op 520 dagen.

Nederland gebruikt nieuwe kankermedicijnen weinig in het eerste jaar
Vergoeding door de verzekeraar betekent echter niet automatisch dat het kankermedicijn ook wordt voorgeschreven in de praktijk. Hier scoort Nederland onverwacht slecht. Twaalf maanden na opname in het verzekeringspakket is het daadwerkelijke gebruik per hoofd van de bevolking het laagst van alle landen in het onderzoek. De vraag is wat de verklaring hiervoor is.

Onderzoekers Christel Jansen en Bas Amesz lichten toe: “Er zijn verschillende verklaringen mogelijk. Een eerste reden zou kunnen zijn dat wij het in Nederland eigenlijk heel goed doen. Bijvoorbeeld omdat er genoeg alternatieve kankertherapieën op de markt zijn, waardoor er minder vraag is”. Jansen: “Het Duitse verzekeringspakket bevat echter meer kankermedicijnen dan in Nederland. En daar worden de onderzochte therapieën meer voorgeschreven.” Amesz: “Mogelijk kijken we in Nederland kritischer naar nut en noodzaak van het voorschrijven van een nieuw kankermedicijn. Maar gezien het grote verschil in gebruik, ook vergeleken met landen in Oost-Europa, lijkt er meer aan de hand.”

Na opname in het verzekeringspakket, moeten verzekeraars en ziekenhuizen het eens worden over betaling. Vervolgens sluit elk ziekenhuis in Nederland individueel een contract af met de farmaceut. Jansen: “Je kunt je voorstellen dat hier een aantal maanden overheen gaat. Maanden waarin het nieuwe kankermedicijn niet wordt voorgeschreven”. Amesz: “De volgende stap is om de onderliggende oorzaken te achterhalen”.

Bijdrage: Vintura | Publicatiedatum 21-09-2020
Vorig artikelBeste zorginstelling, doe ook mee met Stoptober
Volgend artikelJuice voor gezonde botten