Het hele onderwijs staat op zijn kop omdat, vanwege de coronapandemie, de scholen dicht zijn en de kinderen daardoor een leerachterstand oplopen. Hoe zit dat met die leerachterstand? Scholen maken voor de reken- en taalles gebruik van standaardmethodes. Dat is gemakkelijk omdat er dan een hele logische opbouw zit in het aanbod van de lesstof. De lesstof wordt in hele kleine brokjes aangeboden en zo gestapeld tot een steeds moeilijker niveau. Zie het als een muur die je steen voor steen opbouwt. Als je zorgvuldig alle steentjes vastmetselt krijg je een stevig fundament voor steeds moeilijkere leerstof. Die steentjes worden vastgemetseld door ze steeds weer te herhalen en te oefenen.

Lesmethodes
Die methodes zijn zodanig opgebouwd dat elke week een eigen blok heeft en een bepaald aantal lessen en opgaven die doorlopen moeten worden. Sla je een aantal blokken over dan mis je een aantal cruciale tussenstapjes. Het voordeel van dit systeem is dat je als leerkracht precies weet wat je wanneer uit moet leggen en als je een keer ziek bent iemand anders het gewoon kan overnemen. De methodes zijn de richtlijn. Ook de overdracht naar het volgende schooljaar is zo prima geregeld.

Leerachterstanden door corona
De leerachterstanden die nu ontstaan zijn het gevolg van deze manier van lesgeven. Doordat de leerkrachten een aantal weken niet in staat zijn geweest om de kleine stapjes uit te leggen komen ze in tijdnood. Het hele proces valt in duigen omdat niet alle opdrachten gemaakt kunnen worden. Vandaar de angst voor leerachterstanden en hiaten in de kennis. Zeker omdat er soms een aantal leerlingen thuiszitten, dan weer de hele klas. Online uitleggen gaat ook veel moeilijker. Het muurtje wordt op deze manier niet mooi opgebouwd en komt een beetje los in zijn voegen te zitten.

Automatiseren
Deze lesmethodes zijn gebaseerd op het leerproces van taaldenkers, grofweg 80 % van de kinderen leert op deze manier.

het leerproces voor taaldenkers met logo
Een taaldenkbrein leert door kleine brokjes informatie te leren en eigen te maken. Al die kleine stapjes stapelen op tot de hele lesstof behandeld is. Door te oefenen en te herhalen slijten de handelingen in en worden geautomatiseerd. Daar is het taaldenkbrein op gebaseerd: automatiseren, vandaar dat daar zo snel mogelijk mee begonnen wordt: leren automatiseren.

Conceptdenken
Beelddenkers hebben een hele andere manier van omgaan met informatie. Ze willen in hun hoofd eerst een plaatje opbouwen van wat ze moeten doen. Dat is best lastig als je steeds maar hele kleine brokjes informatie krijgt. Dan weet je niet precies waar die informatie bij hoort en wat je er uiteindelijk mee moet doen. Je kan dat ene proces wel aanleren maar dat wil niet zeggen dat je dan ook weet wanneer je het moet gebruiken. Dan krijg je kinderen die bij het rekenen niet kunnen splitsen, echt panisch worden als je alleen maar over splitsen begint, maar wel kunnen aanvullen tot tien als ze een som over het tiental moeten uitrekenen. Hoe kan dat?

Het leerproces van beelddenkers
Het leerproces voor beelddenkers is compleet anders dan voor taaldenkers. Waar taaldenkers de informatie stapelen en automatisch koppelingen maken tussen symbolen en hoeveelheden en klanken, zijn beelddenkers eerst bezig om in hun hoofd een compleet beeld te schetsen van wat ze moeten gaan leren. Dat beeld is eerst een ruwe schets van wat ongeveer de bedoeling is. Dat hoeft niet in detail. Vervolgens wil de beelddenker graag meer informatie: waar ga ik het voor gebruiken, wat weet ik er al van, waar hoort het bij, is het nuttig, hoe moet ik het doen, welke onderdelen zitten eraan vast, wat heb ik ervoor nodig. Er ontstaat een steeds duidelijker beeld van wat de bedoeling is. Als er voldoende informatie aanwezig is om het proces te zien dan kan er begonnen worden met oefenen. De stof wordt nog niet beheerst maar er is een globaal idee. Door te oefenen en opdrachten te maken komen alle aspecten van de lesstof aan bod en worden alle details van de opdracht aangevuld. Net zolang tot precies begrepen is hoe de lesstof in elkaar steekt.

leerproces voor beelddenkers met logo
Beelddenkers hebben een chronische leerachterstand

In de praktijk betekent dit dat beelddenkers altijd achter de feiten aanlopen. Ze krijgen diezelfde kleine brokjes informatie uit de lesmethodes. Ze weten best dat ze met rekenen of spelling bezig zijn en halen hun kennis daarvan erbij. Ze hebben van zichzelf al een basiskennis waar zij de nieuwe lesstof aan koppelen. Ze missen soms echter cruciale informatie om tot de juiste conclusies en concepten te komen in hun hoofd om het idee te doorgronden. De oefeningen dragen op dat moment niet bij aan het totale begrip omdat er nog een paar essentiële onderdelen missen. Het is een muur met gaten. In dit stadium werkt veel oefenen en herhalen voornamelijk frustrerend omdat ze nog steeds de juiste informatie niet te pakken krijgen.

Gaten dichten
De les gaat gewoon verder en een paar weken later komen er steeds meer van die cruciale brokjes informatie vrij tijdens de volgende lessen. Het muurtje met gaten van de eerste les wordt daardoor steeds verder aangevuld en uiteindelijk ontstaat er begrip. De gaten worden een voor een gedicht. Probleem hierbij is dat ze eigenlijk het volgende stapje in het proces zouden moeten gaan begrijpen. Daar hebben ze nog niet genoeg aanwijzingen voor maar ze kunnen de oefeningen die ze nodig hebben om de missende stenen van het vorige muurtje vast te metselen niet maken. Die oefeningen zijn helaas al geweest. Gelukkig wordt er in de methodes heel veel herhaald en krijgen ze alsnog de kans om het in te halen. Zo lopen beelddenkers steevast achter de feiten aan en hebben een chronische leerachterstand.

Hoe zou het wel kunnen?
Als je aan het begin van een nieuwe les een overzicht zou geven van alle stapjes die geleerd gaan worden dan zou de beelddenker vanaf het begin weten waar het proces naartoe gaat. Hij kan dan alvast de bijpassende eerdere lesstof naar boven halen en een framewerk voor de muur neerzetten. Als vervolgens alle lossen brokjes langskomen kunnen die op de juiste plaatst in de muur gezet worden en netjes vastgemetseld worden. Dat gaat niet via automatiseren (een beelddenkbrein maakt niet genoeg dezelfde herhalingen om te automatiseren) maar door herhaald te begrijpen en zo het beeld in het hoofd steeds completer te maken. Hij weet dan precies waar het voor dient, waarom het geleerd moet worden en wat de samenhang tussen de verschillende onderdelen is. Dan hoeft er niet als een hondje heen en weer gerend te worden tussen de verschillende onderdelen van de lesstof. Dan heb je geen leerachterstanden meer. Dan kun je in een veel kortere tijd alle lesstof behandelen. Voor beelddenkers werkt het veel effectiever om de lesstof in zijn geheel aan te bieden en vervolgens de verschillende onderdeeltjes te gaan oefenen. Net andersom dus.

Leerkrachten zijn ook mensen
Ga er maar aanstaan als leerkracht. De methodes geven vaak niet de ruimte om extra lesmomenten in te plannen om aan het begin het overzicht te geven. En toch is het mogelijk. Eerste vereiste is dat je als leerkracht precies weet wat er geleerd moet worden. Dat mag je verwachte van iemand die kinderen lesgeeft dat ze zelf de lesstof goed begrijpen. Dan moeten ze ook in staat zijn om een overzicht te geven van hoe het getalsysteem eruitziet en hoe de spellingsregels in elkaar steken. Je mag daarbij je eigen ik meebrengen. Jij staat voor de klas, niet de methodemaker.

Opgavengenerator
Door gewoon zelf les te geven en de methodeboekjes alleen te gebruiken als opgaven generator kunnen we in korte tijd alle leerachterstanden wegwerken. Kinderen moeten op verschillende manieren in aanraking komen met lesstof. Taaldenkers willen graag alles in kleine brokjes maar hebben er geen problemen mee als ze weten waar ze uiteindelijk uitkomen. Beelddenkers kunnen best kleine brokjes oefenen als ze weten waar het in het geheel past. Uiteindelijk, als kinderen opgroeien hebben ze de flexibiliteit nodig om voor elke opgave een passende aanpak te verzinnen. Dat leren we ze niet door ze vanaf groep 3 bij de hand te nemen en precies voor te kauwen hoe alle opgaven gemaakt moeten worden.

Eigen gevoel
Ik zie veel verschillende lesmethodes langskomen en er zijn erbij die een meester zijn in tussenstapjes creëren. Tussenstapjes waardoor het beelddenkbrein steeds verder achteropraakt in zijn leerproces. Als je lesgeeft volgens je eigen gevoel, afgaat op waar de leerlingen op dat moment aan toe zijn en meebeweegt met hun leerproces dan kom je erachter dat kinderen in staat zijn om veel sneller te leren. Kinderen hebben acht jaar de tijd om zich lezen, reken en schrijven eigen te maken. Daarnaast krijgen ze een basis voorgeschoteld van Geschiedenis, aardrijkskunde en biologie een beetje Engels misschien en een flinke dosis mensenkennis.

Ontwikkeling van het brein
Die acht jaar zijn nodig om het brein de kans te geven om steeds verder te ontwikkelen. In groep 3 is de breincapaciteit en breinontwikkeling nog lang niet zo ver als in groep 8 en ook niet voor elk kind even ver. Je hebt te maken met snelheid van breinontwikkeling en intelligentieniveau. En al die kinderen moeten via dezelfde methode en tempo zich de stof eigen maken. Beter is het om dat systeem een beetje los te laten en klassikaal les te geven op een manier waar alle kinderen mee uit de voeten kunnen. De opgave boekjes als ondersteuning om te oefenen wat ze op dat moment in hun leerproces nodig hebben.

Bijdrage: Natasja Esmeijer
Natasja begeleid kinderen die op school in de problemen komen omdat zij anders denken dan dat er op school lesgegeven wordt.
Auteur van het Boek: BEELDDENKER, Als kwartjes vallen…
Wil je meer weten over Het Beelddenkende Brein volg dan een van de cursussen op www.beelddenkendebrein.nl. Voor ouders en voor leerkrachten. Of luister naar de Beelddenkers Podcast op Spotify, Soundcloud of Apple Music
Vorig artikelPositief EMA-advies voor het gebruik van Teysuno bij uitgezaaide colorectale kanker
Volgend artikelGenomineerden Vrouw in de Media Awards 2021 bekend