De helft van de vrouwen die vóór de zwangerschap roken, stopt in de eerste drie maanden van de zwangerschap. Het aantal vrouwen dat tijdens de zwangerschap rookt, lijkt in de afgelopen 5 jaar niet gedaald. Dit blijkt uit de derde meting van de landelijke Monitor Middelengebruik en Zwangerschap van het Trimbos-instituut.

Wetenschappelijk onderzoeker Tessa Scheffers-van Schayck: “Roken vóór, tijdens en na de zwangerschap heeft grote gevolgen voor de moeder en het kind. Dat het aantal vrouwen dat tijdens de zwangerschap rookt niet lijkt te dalen, vraagt om een stevigere preventieve aanpak.”

Bij de start van de zwangerschap wordt nog regelmatig gerookt
Eén op de zeven vrouwen (14 procent) rookt in de vier weken vóór de zwangerschap. De helft van deze vrouwen stopt in het eerste trimester. Roken heeft vóór en na de conceptie schadelijke gevolgen voor de vruchtbaarheid, het verloop van de zwangerschap en de gezondheid van moeder en (ongeboren) kind. Ook blijkt uit dit onderzoek dat ongeveer 8 procent van alle vrouwen tijdens de zwangerschap rookt. Hiermee is de doelstelling van het Nationaal Preventieakkoord – namelijk dat in 2020 niet meer dan 5 procent van alle vrouwen tijdens de zwangerschap rookt – niet gehaald.

Scheffers – van Schayck: “Er is dus meer inzet nodig om stellen met een kinderwens te bereiken met voorlichting over de risico’s van roken en stoppen-met-rokenhulp. Ook tijdens de zwangerschap valt nog veel winst te behalen.”

Weinig vrouwen ontvangen tijdens de zwangerschap een stopadvies
Bijna de helft van de vrouwen die op enig moment tijdens de zwangerschap roken, ontvangt van een zorgverlener een stopadvies. “Mogelijk heeft de coronapandemie hier invloed op gehad doordat zorgverleners bijvoorbeeld minder contactmomenten met vrouwen hadden. Of omdat zij minder aandacht hadden voor stoppen met roken door drukte”, aldus Scheffers-van Schayck. “Het is wel belangrijk dat meer vrouwen een stopadvies ontvangen en gewezen worden op de begeleiding die ze daarbij kunnen krijgen. Slechts één op de vijf vrouwen gebruikt namelijk ondersteuning bij een stoppoging tijdens de zwangerschap, terwijl de kans op een succesvolle stoppoging groter wordt als zij ondersteuning krijgen.”

Zorgverleners spelen een grote rol in rookvrij blijven
Zorgverleners kunnen een grotere rol spelen in het voorkomen dat vrouwen na de zwangerschap weer gaan roken. Van de vrouwen die tijdens de zwangerschap stoppen met roken, valt ruim een derde (35 procent) terug na de bevalling. Daarbij is het opvallend dat de meerderheid van deze groep vrouwen (60 procent) al binnen de eerste vier weken na de bevalling terugvalt. Hier is dan ook een belangrijke taak weggelegd voor verloskundigen, kraamverzorgenden en jeugdverpleegkundigen en -artsen. Zij kunnen namelijk aan het eind van de zwangerschap of na de bevalling in gesprek gaan over het rookvrij blijven.

Geef kinderen een rookvrije start
Zowel vóór, tijdens als na de zwangerschap is nog veel winst te behalen om kinderen een rookvrije start te geven. De Taskforce Rookvrije Start biedt zorgverleners diverse scholingen  aan om op een effectieve manier het gesprek over stoppen met roken aan te gaan. Ook kunnen zorgverleners in de digitale zorgpaden van de Rookvrije Start de stappen vinden die zij kunnen doorlopen als ze in gesprek gaan met vrouwen en hun partners die vóór, tijdens en na de zwangerschap roken. Tenslotte kunnen zorgverleners stellen met een kinderwens, zwangere vrouwen, partners en ouders op een makkelijke en snelle manier verwijzen naar de effectieve telefonische stoppen-met-rokencoaching Rookvrije Ouders.

Monitor Middelengebruik en Zwangerschap 2021
AF1990 | FACTSHEETS
Middelengebruik van vrouwen en hun partners vóór, tijdens en na de zwang…
Bekijk dit product

Meer informatie
Neem dan contact op met Tessa Scheffers – van Schayck Wetenschappelijk onderzoeker Epidemiologie van het Trimbos-Instituut
Bijdrage: Trimbos-instituut | Publicatiedatum 09-05-2022
Vorig artikelAlcoholgebruik rond de zwangerschap blijft gelijk
Volgend artikelErnstige zorgen over lange wachttijden belangrijke behandelingen hart- en vaatpatiënten