Hoe vaak hoor je je kind niet zuchten: ”Alweer die suffe rekensommen, ik begrijp er helemaal niks van, wel 100 moet ik er maken”. En dan heeft je kind nog gelijk ook. Ten eerste zijn er methodes waarbij ze wel heel veel sommen moeten oefenen, daarnaast staan er vaak afleidende plaatjes bij waardoor je nog verder in de war raakt. En dan die sommen waarbij je eerst aan het puzzelen bent wat nu de eigenlijke som is, heb je die eindelijk gevonden dan ben je zo klaar met rekenen, op naar het volgende puzzeltje.

Stop het maar in een methode

Het rekenonderwijs in Nederland is compleet in handen van een aantal methodemakers. En, wat is er makkelijker voor een methode om de lesstof netjes van onderaf op te bouwen? Gewoon stapje voor stapje steeds een beetje moeilijker maken. Er zijn zoveel opgaven geleverd dat de juf of meester niet meer keus heeft dan gewoon elke dag de volgende les voor te schotelen, inclusief de uitleg die de methode meelevert. Dat is makkelijk als je met twee leerkrachten voor de klas staat of eens een inval juf krijgt: dan weet de ander precies waar je bent gebleven, wat je hebt uitgelegd en hoe je het hebt uitgelegd. Ook de overgang naar het volgende leerjaar verloopt soepel.

Stap voor stap is fijn

De meeste kinderen zijn taaldenkers en houden van stap voor stap uitleg en vinden het niet erg om te oefenen. Dat vinden ze juist fijn, omdat ze dan langzaam maar zeker de sommen steeds makkelijker kunnen maken en dat geeft voldoening. Het is fijn om instructie te krijgen die niet te moeilijk is en die je kan begrijpen en die logisch volgt op de sommen die je al gehad hebt. Zo bouw je het rekeninzicht op vanuit de basis. Eerst afkijken en dan zelf doen.

Maar dan de beelddenkers

Beelddenkers verwerken de informatie echter heel anders. Zodra ze iets nieuws horen zoeken ze informatie die daarbij hoort. Ze willen altijd weten waar het bij hoort en waar het in het grote geheel past. Weten ze niet waar het precies bij hoort, dan blijft de informatie zweven of vormen allemaal afzonderlijke feitjes zonder samenhang. Doordat ze niet meer weten waar de leerkracht het over heeft, ze zijn immers het overzicht kwijt waar het bij hoort, en ze horen iets waar ze een beeld bij kunnen vormen: de meester legt een som uit over een bos bloemen, dan zien ze die bos bloemen voor zich en associëren dat met Moederdag of een mooie bloemenweide en zijn in gedachten vertrokken. De informatie van de meester gaat langs hen heen omdat de bloemen veel interessanter zijn en de informatie van de meester geen houvast biedt.

Compenseren

Veel beelddenkers hebben een redelijke intelligentie en in het begin zijn ze prima in staat om zelf uit te vogelen hoe je een som uit kunt rekenen. Of je onthoudt gewoon dat 1 plus 2 drie is. In het begin gaat dat nog best. Op een gegeven moment echter komt het moment dat er te veel sommen zijn om ze allemaal uit het hoofd te kennen, of dat die mooie manier die je bedacht hebt om tot een antwoord te komen, niet meer kan omdat de som te moeilijk is geworden. Dan raak je ineens de weg kwijt en mis je de aansluiting met de klas en de methode.

Herhalen, herhalen, herhalen

Waar het als eerste misgaat is de hoeveelheid sommen die gemaakt moeten worden. Een beelddenker wil graag begrijpen hoe iets werkt, en als het begrip er is, wil hij dat best een paar keer laten zien. Maar honderd keer? Waarom? Ik kan het toch, dat heb je nu toch al wel gezien? Terwijl de taaldenkers juist leren van vaak doen, leren beelddenkers puur door begrip en een paar keer herhalen. Met de nadruk op ‘paar keer’. Natuurlijk kan het zo zijn dat als een kind een som eindelijk doorgrond heeft, begrepen heeft, hij dat de volgende dag weer kwijt is. Dan moet je het nog een keer begrijpen. Herhaling is dus wel belangrijk. Maar taaldenkers leren voornamelijk door herhaling, dat is een heel ander verhaal.

Hoe dan wel?

Door vanaf het begin duidelijk uit te leggen, aan de hele klas, dus buiten de methode om, hoe ons getal systeem is opgebouwd, geef je de beelddenkers een kader waarbinnen ze kunnen werken. Door getallen te koppelen aan hoeveelheden, zoals vingers, snappen ze beter hoe het systeem werkt en waar ze mee bezig zijn. Ook niet benauwd zijn om gelijk tot 100 te gaan en verder, als ze dat aankunnen. Daarna weer terug naar sommen tot 20 om echt mee te werken. Ze hoeven niet gelijk grote sommen te maken als ze maar weten binnen welk systeem ze aan het werk zijn.

Visueel maken

Door te werken met blokjes en staafjes kan een beelddenker zien wat hij aan het doen is met een som. Maar dat werkt alleen als er eerst het begrip is wat de tienstaafjes precies inhouden. Vandaar dat een groot honderdveld, waar je overheen kunt lopen, ook het inzicht verbeterd. Die kun je daarna ook in het klein geven om de sommen op uit te rekenen. Uiteindelijk kan het honderdveld zelfs visueel opgeslagen worden in het hoofd.

Rekenen is leuk!

Rekenen leent zich uitermate goed voor spelletjes. Maak eens een memory van de tafels of hang de sommen kriskras door de kamer of het klaslokaal. Ook buiten kun je prima de rekenkundige vaardigheden oppoetsen door aan het meten te gaan of de tafels te springen. Hoe vaak heb jij gesprongen, hoe vaak ik? Hoeveel vaker heb ik gesprongen? Het hoeft niet moeilijk te zijn maar het verhoogt wel het plezier in rekenen. Want rekenen is best leuk, als je maar weet hoe het moet.

Andersom schrijven

Veel beelddenkers blijven hardnekkig de getallen verkeerd om schrijven. Hun natuurlijke werkrichting is van rechts naar links en in hun hoofd kunnen ze ook nog eens alles omdraaien. Nu moet ik zeggen dat er genoeg volwassenen zijn, die het ook lastig vinden om snel de getallen 67 of 85 te benoemen, maar als je je antwoord steeds andersom opschrijft gaat er toch echt een rode streep door. En dat is niet goed voor je zelfvertrouwen. Dit is vaak een hardnekkig probleem van beelddenkers. Als je kind na groep 3 nog steeds veel letters en cijfers blijft omdraaien, dan weet je nu waar het door komt.

De tafels

Voor taaldenkers zijn de tafels een obstakel dat genomen moet worden, voor beelddenkers een onneembare vesting. Waar taaldenkers gemakkelijk automatiseren door te herhalen moeten beelddenkers begrijpen. En aan de tafels kun je weinig begrijpen. Als je goed begrepen hebt hoe je sommen uit kunt rekenen en wat ‘keer’ is, dan kun je natuurlijk prima snel de keersommen uitrekenen. Ook zijn er wel trucjes om gemakkelijk de sommen uit te rekenen. Maar het echte automatiseren, zoals ze op school willen, kun je wel vergeten. Hetzelfde geldt voor race-rekenen.

Tussenstapjes

Veel methodes zijn dol op tussenstapjes. Rijgen op een getallenlijn, splitsen, rijgen met te veel, allemaal manieren om het rekenen in kleine brokjes op te kunnen delen, maar voor een beelddenker allemaal manieren die begrepen moeten worden en waar de logica niet altijd duidelijk is. Meestal doen ze de tussenstapjes wel in hun hoofd, maar hebben ze niet in de gaten dat ze inderdaad aan het splitsen of rijgen zijn. Ze kunnen de som allang uitrekenen op de manier waar al die tussenstapjes naartoe leiden. Vaak is het beter om gelijk naar je einddoel te gaan en te kijken waar er nog iets hapert in het systeem, dan kun je daar eventueel een tussenstap voor gebruiken. Maar aangezien de meeste leerkrachten vasthouden aan de opbouw van de methode, is er geen ruimte voor de beelddenker om al die stappen over te slaan en te kijken waar het nu echt om draait: sommen uitrekenen!

Heb jij het idee dat jouw kind beter kan rekenen dan het laat zien? Luister dan naar De Beelddenkers Podcast: Bas Kok, de rekenmeester.

Of lees het boek: “Beelddenkers, Als kwartjes vallen…”.

Beelddenkers, als kwartjes vallen…
Beelddenkers, als kwartjes vallen…
Bijdrage: Natasja Esmeijer
Natasja helpt beelddenkende kinderen in het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en thuiszitters met het leren op hùn manier.
Vorig artikelSmoothie ananas, kiwi en banaan
Volgend artikelNederland laat rug- en nekpatiënten in de kou staan!