In Nederland zijn veel kinderen van wie één of beide ouders psychische problemen, een verslaving of verstandelijke beperking heeft. Deze kinderen hebben een grotere kans om op latere leeftijd zelf psychische problemen te ontwikkelen en nemen bovendien mantelzorgtaken op zich die niet passen bij hun leeftijd. In 2018 startte de implementatie pilot van het Buitenshuisproject voor kinderen bij wie de thuissituatie onveilig is. De pilot is nu afgerond en in dit nieuwsbericht delen we de resultaten.

Het Buitenshuisproject is gericht op kinderen van ouders met psychische problemen, verslaving of een verstandelijke beperking (KOPP/KOV/KOVB)tussen de 0 en 18 jaar oud, waar de thuissituatie onveilig is. Het doel van het Buitenshuisproject is om rust en ruimte in het gezin te creëren om te voorkomen dat kinderen uit huis geplaatst worden én voorkomen dat zij zelf problemen ontwikkelen. Voor ouders biedt dit mogelijkheden om te werken aan zichzelf via bijvoorbeeld het volgen van therapie.

De kinderen die deelnemen aan het Buitenshuisproject krijgen twee jaar een passend aanbod buitenshuis: kinder- of buitenschoolse opvang, sport of huiswerkbegeleiding. Daarnaast worden de gezinnen begeleid door een ‘linking-pin’. Dit is een professional die de verschillende partijen aan elkaar verbindt, zoals de gemeente, de opvang, school en de behandelaren van de ouder. De linking-pin én de medewerkers van de Buitenshuisproject-activiteit zijn getraind in trauma-sensitief werken en effectief communiceren met ouders. Zo kunnen ze de kinderen passende ondersteuning geven.

Het onderzoek
Tijdens de pilot fase deden tien gemeenten in Nederland mee. Door middel van een procesevaluatie keken onderzoekers van het Trimbos-instituut hoe de implementatie in de praktijk verliep: of deze aansloot bij de behoeften van de praktijk en de visie van de gemeenten én hoe tevreden de professionals zijn over de aanpak. Hiervoor zijn vragenlijsten afgenomen bij de linking-pins en opvangmedewerkers en hebben we verschillende professionals geïnterviewd.

Niet alleen beleidsmedewerkers en zorgmedewerkers zijn benaderd voor feedback. Er is ook gekeken hoe de uitkomsten waren van het Buitenshuisproject bij ouders en kinderen op het gebied van welbevinden, gezinsklimaat en opvoedingsstijl. Hiervoor zijn vragenlijsten afgenomen bij 48 gezinnen. De gezinnen vulden deze vragenlijsten in op het moment dat ze startten met de Buitenshuisproject-activiteit en vervolgens iedere zes maanden van deelname.

Uitkomsten
Alle professionals vinden dat het Buitenshuisproject goed inspringt op de behoefte van de doelgroep (KOPP/KOV/KOVB) en aansluit op de doelstellingen van de gemeenten. Ze zien dat deze manier van werken een positieve impact heeft op het kind én het gezin. Professionals zouden het Buitenshuisproject aanbevelen aan collega’s en geven het gemiddeld een 7,9 (linking-pins) en een 7,3 (opvangmedewerkers).

“Dankzij de training traumasensitief werken hebben linking pins veel meer aandacht voor het gegeven dat de problematiek van de ouders vaak wordt doorgegeven aan de kinderen. Dat mis je als er gewone hulp wordt ingezet om het zo maar te zeggen, dan is die aandacht eigenlijk veel minder. Dat maakt het project wel heel krachtig, vind ik.” – Beleidsmedewerker gemeente

De opvangmedewerkers en linking-pins zijn ook erg tevreden over de training trauma sensitief werken en effectief communiceren met ouders. Gemiddeld scoorden deze trainingen respectievelijk een 8,7 en een 8,1. Ze geven aan dat deze training eigenlijk noodzakelijk is voor iedere professional die met gezinnen met een kwetsbaarheid werkt.

“Ik ben door de training bewust geworden van bepaalde situaties die ik anders nooit zo had bekeken. En aan de hand daarvan pas je dat wat je geleerd hebt, denk ik veel meer op alle kinderen toe. Je gaat er iets meer achter zoeken waarom iemand er zo op reageert.” – Opvangmedewerker

Ook ouders zijn positief over het Buitenshuisproject. Maar liefst 90% van de ouders zou het aanbevelen aan andere ouders en ze vinden dat het hen ontlast. Kinderen van 8 jaar en ouder vulden ook een evaluatie vragenlijst in. Zij waren iets minder positief over het Buitenshuisproject dan hun ouders. Zij wilden soms ook liever thuis zijn en niet naar de opvang.

“Ik zie dat ouders opgelucht zijn dat ze twee jaar de ruimte hebben om echt te werken aan hun problemen. Dat alleen al geeft rust in het gezin.” – Linking-pin

De gezinnen die waren aangemeld bleken veelal problemen te hebben in welzijn, opvoedklimaat en op financieel gebied. Zowel het welbevinden van de ouders als het gezinsklimaat verbeterden significant van voor- naar nameting. Bij kinderen zijn er kleine verbeteringen te zien in het welzijn en emotionele- en gedragsproblemen, maar deze zijn niet significant. Het lijkt erop dat wanneer de kinderen naar de opvang gaan, dit vooral de ouder ontlast en rust brengt en dat dat ten goede komt aan de kinderen.

Bij het interpreteren van de resultaten van deze uitkomsten bij ouders en kinderen is voorzichtigheid geboden: er was geen controlegroep en er was sprake van veel uitval bij de metingen.

Aandachtspunt en vervolg
De samenwerking tussen de verschillende partijen (linking-pins, gemeente, opvang, ggz en school) gaat niet altijd soepel. Tijdens het project werd duidelijk dat vooral het contact tussen het voorveld en de specialistische zorg aandacht verdient. Overigens is wél de ervaring, dat het project als vliegwiel kan dienen om deze samenwerking te verbeteren.

De resultaten van de pilot geven aanleiding om door te gaan met het Buitenshuisproject. We zijn op dit moment aan het verkennen hoe dit vervolg vormgegeven kan worden. Het is mooi dat de nieuwe gemeenten die het Buitenshuisproject willen gaan aanbieden, voort kunnen bouwen op de ervaringen uit de afgelopen jaren.

Meer info
Meer informatie over wat de aanpak precies inhoudt van het Buitenshuisproject kan gevonden worden in onderstaande video.

Interesse in het Buitenshuisproject? Neem dan contact op met het Buitenshuisproject team via buitenshuisproject@trimbos.nl.

Voor meer informatie, ga naar buitenshuisproject.nl.

Buitenshuisproject
AF1962 | RAPPORTEN
Resultaten uit het pilotonderzoek van 2018-2021
Bekijk dit product

Wil je meer informatie?
Neem dan contact op met Tessa van Doesum | Wetenschappelijk medewerker Mentale Gezondheid & Preventie van het Trimbos-Instituut
Bijdrage: Trimbos-instituut | Publicatiedatum 21-07-2022
Vorig artikelFonds Gehandicaptensport en NOC*NSF lanceren de Sportdeelname Index (SDI)
Volgend artikelVakantiegangers gezocht voor belangrijk onderzoek