Wanneer je in de spiegel kijkt, zie je één lichaam met een eigen genetische blauwdruk. Toch is je lichaam biologisch gezien minder strikt afgebakend dan je misschien denkt. Tijdens de zwangerschap kunnen namelijk cellen van moeder en kind de placenta passeren en in elkaars lichaam terechtkomen.

Een deel van die moederlijke cellen kan vervolgens jarenlang aanwezig blijven. Dit verschijnsel heet microchimerisme. Onderzoekers hebben zulke cellen op verschillende plaatsen in het lichaam gevonden, waaronder het immuunsysteem en diverse organen. Sommige kunnen zelfs eigenschappen aannemen van het weefsel waarin ze terechtkomen.

Dat roept een bijzondere gedachte op: de band tussen moeder en kind bestaat niet alleen uit genen, herinneringen en opvoeding. Er kan ook een klein, letterlijk stukje biologische geschiedenis van de moeder in het lichaam van haar kind aanwezig blijven.

Microchimerisme: moederlijke cellen blijven niet altijd in de placenta

De placenta vormt tijdens de zwangerschap een belangrijke interface tussen moeder en kind. Via dit orgaan worden onder meer zuurstof en voedingsstoffen uitgewisseld en afvalstoffen afgevoerd. Moeder en kind hebben echter geen volledig afgesloten bloedsomloop.

Tijdens de zwangerschap kunnen cellen in beide richtingen de placenta passeren. Wanneer cellen van de moeder in het lichaam van de foetus terechtkomen en daar blijven bestaan, spreken wetenschappers van microchimerisme.

Deze cellen zijn genetisch afkomstig van de moeder en verschillen daardoor van de meeste cellen van het kind. Het gaat om zeer kleine aantallen, maar ze kunnen opvallend lang overleven.

Onderzoek heeft moederlijke cellen aangetoond in onder meer de lever, longen, nieren, huid, pancreas en verschillende onderdelen van het immuunsysteem. Ook zijn ze in verband gebracht met weefsels zoals het hart en de hersenen.

Geen tweede moederlijk lichaam

Het is belangrijk om het fenomeen niet groter te maken dan het is. De aanwezigheid van moederlijke cellen betekent niet dat organen voor een groot deel uit cellen van de moeder bestaan.

Het gaat doorgaans om een klein percentage cellen. Toch kunnen juist zulke kleine populaties interessant zijn, omdat sommige van deze cellen zich kunnen aanpassen aan hun omgeving en biologische functies kunnen krijgen.

Dat maakt microchimerisme zo intrigerend voor onderzoekers.

Wat doen moederlijke cellen in het lichaam?

Een van de interessantste vragen is of deze cellen alleen achterblijven, of daadwerkelijk iets bijdragen aan het lichaam van het kind.

Er zijn aanwijzingen dat moederlijke cellen kunnen deelnemen aan processen rond ontwikkeling, afweer en weefselherstel. In experimenteel onderzoek zijn bijvoorbeeld moederlijke cellen gevonden in weefsels die beschadigd zijn geraakt. Ze lijken zich soms te verzamelen op plaatsen waar herstel plaatsvindt.

Ook in het immuunsysteem is microchimerisme onderzocht. Moederlijke cellen zijn aangetroffen in onder meer de thymus, milt, lymfeklieren en het beenmerg. Omdat deze organen een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling en werking van het afweersysteem, onderzoeken wetenschappers of de cellen daar een functionele bijdrage leveren.

De precieze betekenis daarvan is echter nog niet volledig opgehelderd.

Moederlijke cellen en de hersenen

Misschien wel het meest tot de verbeelding sprekende onderdeel van het onderzoek is de aanwezigheid van moederlijke cellen in de hersenen.

In dieronderzoek zijn aanwijzingen gevonden dat moederlijke cellen tijdens de ontwikkeling de hersenen kunnen bereiken en mogelijk betrokken zijn bij de ontwikkeling van microglia. Dit zijn gespecialiseerde afweercellen van het centrale zenuwstelsel die onder andere helpen bij het opruimen van beschadigde cellen en het bewaken van het hersenweefsel.

Ook bij mensen zijn moederlijke cellen in hersenweefsel onderzocht. Er zijn aanwijzingen dat dergelijke cellen zelfs op volwassen leeftijd kunnen worden teruggevonden.

Daarmee ontstaat een fascinerende onderzoeksvraag: zouden moederlijke cellen invloed kunnen hebben op hoe de hersenen zich ontwikkelen of functioneren?

Voor uitspraken over gedrag, persoonlijkheid of mentale gezondheid is het bewijs op dit moment echter onvoldoende. Vooral resultaten uit dieronderzoek kunnen niet zomaar worden vertaald naar mensen. [controleer feit bij publicatie: de precieze functionele rol van moederlijke cellen in het volwassen menselijke brein is nog onderwerp van onderzoek.]

Kunnen ze helpen bij beschadigd weefsel?

Ook het mogelijke verband tussen microchimerisme en weefselherstel krijgt veel aandacht.

In onderzoek zijn moederlijke cellen gevonden in beschadigd weefsel, waaronder de pancreas. Bij kinderen met type 1 diabetes zijn bijvoorbeeld moederlijke cellen in het pancreasweefsel aangetroffen. Dat betekent echter niet automatisch dat deze cellen de schade herstellen.

De grote vraag is namelijk wat ze daar precies doen. Kunnen ze bijdragen aan herstel? Reageren ze op ontsteking? Of spelen ze in sommige situaties juist een rol bij ziekteprocessen?

Wetenschappers onderzoeken beide mogelijkheden. Microchimerisme lijkt dus geen simpel verhaal van uitsluitend ‘goede’ of ‘slechte’ cellen te zijn. Hun effect kan afhangen van het type cel, het weefsel en de omstandigheden in het lichaam.

Tientallen jaren aanwezig

Een van de opvallendste eigenschappen van microchimerisme is de lange levensduur. Moederlijke cellen kunnen na de geboorte blijven bestaan en zijn bij sommige mensen tientallen jaren later nog aangetroffen.

Dat betekent dat de zwangerschap biologisch gezien niet eindigt op het moment dat een baby wordt geboren. De cellulaire uitwisseling die tijdens de zwangerschap heeft plaatsgevonden, kan veel langer doorwerken.

Hetzelfde principe werkt overigens ook de andere kant op: cellen van de foetus kunnen tijdens de zwangerschap naar het lichaam van de moeder migreren en daar eveneens jarenlang aanwezig blijven.

Een zwangerschap laat dus meer achter dan DNA

Microchimerisme verandert niets aan het feit dat een kind zijn genetische materiaal van beide ouders erft. Het voegt er alleen een verrassend biologisch detail aan toe.

Tijdens de zwangerschap ontstaat er namelijk een tijdelijke uitwisseling van cellen tussen twee lichamen. Sommige van die cellen verdwijnen weer, terwijl andere zich langdurig kunnen handhaven.

Wat deze cellen precies betekenen voor gezondheid, herstel en ziekte wordt nog onderzocht. Juist daarom is voorzichtigheid belangrijk. Het is verleidelijk om er een romantisch verhaal van te maken over een moeder die letterlijk altijd in haar kind blijft voortleven, maar de wetenschap is genuanceerder.

Toch blijft het bijzonder: tientallen jaren na een zwangerschap kunnen er nog steeds cellen aanwezig zijn die afkomstig zijn van de moeder. Onzichtbaar voor het blote oog, maar onderdeel van een biologisch spoor dat tijdens het prille begin van het leven is ontstaan.