Zorg op afstand wordt nog te weinig aangeboden aan mensen met hartfalen

Uit onderzoek van Harteraad, het expertisecentrum voor het leven met hart- en vaataandoeningen, blijkt dat het gebruik van telebegeleiding helaas achter blijft. Er zijn nog onvoldoende zorginstellingen die deze zorg op afstand kunnen leveren. Terwijl juist nu behoefte is om meer betrouwbare zorg op afstand te kunnen bieden.

Het aantal mensen met hartfalen dat daadwerkelijk telebegeleiding gebruikt is een erg kleine groep; bij iets meer dan de helft van de instellingen gebruiken minder dan 50 patiënten telebegeleiding. Terwijl bij 36% (n=10) van de instellingen die telebegeleiding aanbiedt meer dan 30% van de hartfalenpatiënten in aanmerking komt voor telebegeleiding. Harteraad vraagt zich af waarom het maar aan zo’n kleine groep patiënten wordt aangeboden.

Telebegeleiding is het op afstand begeleiden van patiënten. Zo kunnen mensen met hartfalen, een verminderde pompfunctie van het hart, thuis hun gewicht, bloeddruk en/of hartslag meten en doorgeven. Daarbij worden ze begeleid door een arts of verpleegkundige op afstand bij het omgaan met hartfalen en het herkennen van signalen van verslechtering.

Telebegeleiding draagt bij aan de kwaliteit van leven, onafhankelijkheid, regie en veiligheid van de patiënt. Harteraad wil daarom dat telebegeleiding voor alle mensen met hartfalen die dat willen beschikbaar is, afgestemd op de persoonlijke behoeftes. Maatwerk is hierbij essentieel. Onafhankelijk van de woonplaats of zorginstelling waar iemand onder behandeling is.

Telebegeleiding is één van de oplossingen om de reguliere zorg doorgang te laten vinden nu het aantal besmettingen met COVID-19 toeneemt en de zorg in de ziekenhuizen weer onder druk staat. Het kan mensen met hartfalen geruststellen dat ze, ondanks dat ze niet naar het ziekenhuis kunnen of durven, toch begeleid worden door hun zorgverlener.

Bijdrage: Harteraad | Publicatiedatum 26-11-2020
Vorig artikelWord ik high van CBD?
Volgend artikel‘De aarde kan ons consumptiegedrag niet aan’