Wat als angst slechts een verhaal is dat we onszelf vertellen?

Stel je voor: angst is niet iets wat ons overkomt, maar iets wat we zelf creëren – een verhaal, opgebouwd uit herinneringen, projecties en overtuigingen. Wat betekent dat voor hoe we leven?

Angst lijkt vaak onvermijdelijk. We vrezen het onbekende, het oordeel van anderen, falen, verlies, de dood. Maar wat als deze angsten geen objectieve waarheden zijn, maar narratieven die we eindeloos herhalen? Verhalen die ooit begonnen uit bescherming, maar die nu ons handelen beperken?

Deze vraag raakt aan de kern van existentiële en boeddhistische filosofieën. De Franse denker Jean-Paul Sartre zag angst als een gevolg van onze radicale vrijheid: we zijn volledig verantwoordelijk voor onze keuzes, en dat is beangstigend. Tegelijkertijd leert het boeddhisme dat angst ontstaat door gehechtheid en illusie – door ons vastklampen aan het zelf, aan zekerheden die in werkelijkheid vloeibaar zijn.

Neurowetenschappelijk weten we dat angstreacties ontstaan in de amygdala, een oeroud deel van onze hersenen. Maar zelfs die reacties zijn beïnvloedbaar: mensen met dezelfde stimulus ervaren angst heel verschillend. Dus hoeveel van onze angst is biologisch, en hoeveel is cultureel, aangeleerd of verbeeld?

Als angst een verhaal is, kunnen we het dan herschrijven? Kunnen we ruimte maken voor verhalen waarin nieuwsgierigheid sterker is dan controle, en vertrouwen groter dan twijfel?

Dat betekent niet dat we angst moeten negeren – soms wijst het ons op reële gevaren. Maar het nodigt uit om onderscheid te maken: welke angsten waarschuwen ons, en welke houden ons klein? Welke verhalen dienen ons nog, en welke zijn toe aan een nieuw einde?

Wat gebeurt er met wie je bent, als je stopt te geloven in je angstverhalen?

Wat denk jij?