Wanneer je een nieuwe taal leert, is het niet ongewoon om jezelf af te vragen: “Zou deze taal de manier waarop ik denk kunnen veranderen?” Dit is geen nieuwe gedachte; filosofen, taalkundigen en psychologen hebben deze vraag al eeuwenlang gesteld. En met goede reden, want taal is niet zomaar een communicatiemiddel; het is een sleutel tot onze cognitie en ons begrip van de wereld.
De structuur van taal
Allereerst, als je een nieuwe taal leert, krijg je niet alleen een nieuw vocabulaire onder de knie. Je leert ook een nieuwe manier van denken, structureren en categoriseren van de wereld. Neem bijvoorbeeld het onderscheid tussen ‘je’ en ‘u’ in het Nederlands. Dit onderscheid maakt meteen duidelijk of je formeel of informeel met iemand spreekt. Het leert ons iets over hiërarchie, respect en sociale afstand. In het Engels bestaat zo’n onderscheid niet op dezelfde manier. Hieruit kun je afleiden dat taal direct invloed heeft op hoe we sociale relaties waarnemen.
Kleur en perceptie
Laten we het hebben over kleur. In sommige talen, zoals het Russisch, zijn er verschillende woorden voor lichte en donkere tinten blauw. Onderzoek heeft aangetoond dat moedertaalsprekers van deze talen sneller verschillen tussen deze tinten kunnen herkennen dan sprekers van talen die dat onderscheid niet maken. Dit suggereert dat taal de manier waarop we kleuren waarnemen direct kan beïnvloeden.
Ruimtelijke oriëntatie
Het Guugu Yimithirr, gesproken in Noord-Australië, gebruikt geen woorden als ‘links’ of ‘rechts’. In plaats daarvan gebruiken ze cardinale richtingen: noord, zuid, oost en west. Dus in plaats van te zeggen “Het boek ligt aan je rechterhand”, zouden ze zeggen “Het boek ligt ten oosten van je.” Stel je voor dat je altijd en overal bewust moest zijn van je oriëntatie in de wereld om dergelijke basisinstructies te begrijpen!
Tijdsperceptie
In talen als het Mandarijn wordt tijd vaak verticaal geconceptualiseerd in plaats van horizontaal. De afgelopen maand is “de maand hierboven” en de volgende maand “de maand hieronder”. Dit in tegenstelling tot westerse talen waarin we tijd vaak zien als een horizontale lijn, met het verleden achter ons en de toekomst voor ons.
Handeling en verantwoordelijkheid
In sommige talen, wanneer iemand bijvoorbeeld een vaas breekt, zou je eerder zeggen “De vaas brak” in plaats van “Hij brak de vaas.” Dit kan invloed hebben op hoe iemand incidenten of ongevallen interpreteert, en kan het idee van persoonlijke verantwoordelijkheid beïnvloeden.
Is taal deterministisch?
Met al deze voorbeelden zou je kunnen denken dat taal onze gedachten volledig bepaalt. Dit is de basis van de Sapir-Whorf-hypothese, die stelt dat de structuur van een taal de manier waarop zijn sprekers de wereld waarnemen, beïnvloedt. Echter, het is belangrijk om te beseffen dat deze theorie niet suggereert dat taal onze gedachten beperkt, maar eerder beïnvloedt.
Hoewel taal ongetwijfeld invloed heeft op onze cognitie, zijn we niet gevangen binnen de grenzen ervan. We kunnen nog steeds concepten begrijpen en waarnemen buiten de structuren van onze moedertaal. Het is meer zo dat taal een lens is waard.



