Je brein op automatische piloot: waarom gewoontes zo moeilijk te doorbreken zijn

Gewoontes vormen de basis van ons dagelijks leven. Van tandenpoetsen tot het pakken van onze telefoon bij verveling – veel van wat we doen, gebeurt zonder dat we er bewust over nadenken. Maar waarom is het zo lastig om oude gewoontes af te leren en nieuwe aan te leren? De sleutel ligt in de manier waarop ons brein gewoontes opslaat en automatiseert.

Hoe ontstaan gewoontes in het brein?

Gewoontes worden gevormd door herhaling en worden opgeslagen in de basale ganglia, een diepgelegen hersengebied dat verantwoordelijk is voor automatische gedragingen. Wanneer je een handeling vaak genoeg herhaalt, wordt er een neurologische ‘snelweg’ aangelegd. Dit betekent dat je de gewoonte uiteindelijk uitvoert zonder er bewust over na te denken.

Dopamine speelt hier een belangrijke rol. Dit beloning hormoon komt vrij wanneer we iets doen dat plezierig of nuttig is. Als je bijvoorbeeld na een lange dag een stuk chocolade eet en je ervaart een goed gevoel, dan leert je brein dat dit gedrag een positieve uitkomst heeft. Hoe vaker je dit herhaalt, hoe sterker de gewoonte wordt.

Waarom zijn gewoontes zo moeilijk te doorbreken?

Het probleem is dat ons brein efficiënt wil werken en zo min mogelijk energie wil verspillen. Het brein kiest daarom eerder voor de gebaande paden – oftewel de automatische gewoontes – dan voor bewuste en energievretende keuzes. Daarnaast bevinden gewoontes zich grotendeels in het onbewuste brein systeem, waardoor we ze pas opmerken als we bewust stilstaan bij ons gedrag.

Een bekend wetenschappelijk voorbeeld is de studie van Wendy Wood en collega’s (2002), waaruit bleek dat maar liefst 43% van ons dagelijks gedrag automatisch wordt uitgevoerd. Dit betekent dat bijna de helft van wat we doen eerder een gewoonte is dan een bewuste keuze.

Hoe kun je een gewoonte doorbreken?

Gelukkig zijn er manieren om grip te krijgen op automatische patronen:

  • Vervang een oude gewoonte door een nieuwe: In plaats van proberen te stoppen met een slechte gewoonte, vervang deze door een alternatief gedrag. Wil je minder snoepen? Leg dan bijvoorbeeld fruit binnen handbereik.
  • Koppel de nieuwe gewoonte aan een bestaande routine: Dit heet ‘habit stacking’. Bijvoorbeeld: “Na het tandenpoetsen doe ik vijf squats.”
  • Maak het moeilijker om in de oude gewoonte te vervallen: Wil je minder op je telefoon zitten? Leg hem dan in een andere kamer.

Belangrijk om te onthouden: Het doorbreken van gewoontes vergt geduld. Je brein heeft tijd nodig om nieuwe neurologische paden te ontwikkelen. Geef jezelf de ruimte om te falen en opnieuw te proberen – want consistentie wint altijd van motivatie.