Onzekerheid is voor het brein geen neutrale toestand. Onze hersenen zijn van nature gericht op voorspelbaarheid en controle. Wanneer we geconfronteerd worden met onduidelijkheid—of het nu gaat om een sollicitatiegesprek, een medische uitslag of wereldnieuws—gaat het brein op zoek naar houvast. Dat doet het niet alleen uit nieuwsgierigheid, maar vooral om angst en stress te verminderen.
Het brein ziet onzekerheid vaak als een bedreiging. De amygdala, het hersengebied dat betrokken is bij angst en emotieverwerking, wordt actief wanneer we geconfronteerd worden met onduidelijke of tegenstrijdige informatie. Tegelijk schakelen de prefrontale cortex (voor rationele besluitvorming) en de insula (betrokken bij het gevoel van lichamelijk ongemak) in. Deze samenwerking zorgt ervoor dat we alert blijven en gaan zoeken naar verklaringen of patronen—zelfs als die er niet zijn.
Een bekend voorbeeld komt uit onderzoek van Hsu et al. (2005). Zij lieten deelnemers kiezen tussen twee soorten risico’s: een duidelijk risico (bijvoorbeeld een kans van 50% op verlies) en een onduidelijk risico (waarbij de kans onbekend was). De meeste mensen kozen voor de voorspelbare optie, zelfs als die mathematisch slechter was. Dat illustreert dat mensen liever een slechte zekerheid hebben dan een onzekere mogelijkheid.
Waarom is dit belangrijk? Omdat we dagelijks worden blootgesteld aan situaties waarin informatie onvolledig is. Begrijpen dat het brein onzekerheid als stressvol ervaart, helpt ons milder te zijn voor onze eigen reacties—zoals uitstelgedrag, piekeren of snel conclusies trekken.
Praktische tip: Train je brein om beter met onzekerheid om te gaan. Meditatie, reflectie of simpelweg vaker “ik weet het (nog) niet” durven denken, verlaagt de reactiviteit van je brein en maakt ruimte voor kalmte en creativiteit.

