Stel je voor: het huidige moment, dit precieze ‘nu’, houdt nooit op. Geen verleden dat verdwijnt, geen toekomst die eraan komt – alleen een eeuwige stilstand van het nu. Wat als het nu oneindig is?
Deze vraag tart onze diepste aannames over tijd. Want we denken meestal in termen van een lijn: verleden, heden, toekomst. Het heden lijkt daarin slechts een voorbijgaand punt, flitsend tussen herinnering en verwachting. Maar wat als dat slechts een illusie is? Wat als we niet door de tijd bewegen, maar de tijd ons slechts een gevoel van beweging geeft?
Filosofen als Augustinus worstelden al met de aard van tijd. Hij vroeg zich af hoe iets dat nauwelijks grijpbaar is – het nu – toch kan bestaan. In de kwantumfysica klinken soortgelijke echo’s: sommige interpretaties suggereren dat tijd misschien geen fundamentele eigenschap van de werkelijkheid is, maar eerder een ervaring die voortkomt uit onze waarneming. Wat als alles wat ooit was en ooit zal zijn, zich altijd en volledig in het nu bevindt?
Mystieke tradities wijzen in dezelfde richting. In oosterse filosofieën, zoals het zenboeddhisme, wordt het nu gezien als de enige echte werkelijkheid. Verlichting betekent niet een toekomst bereiken, maar volledig ontwaken in het huidige moment – dat misschien wel oneindig is, als we onze illusies loslaten.
Maar als het nu oneindig is, wat betekent dat dan voor verantwoordelijkheid, groei of herinnering? Kunnen we dan nog spreken van ‘vooruitgang’ of ‘verleden fouten’? En wat doet dat besef met angst, hoop, verlangen – al die dingen die zich juist tussen verleden en toekomst lijken af te spelen?
Deze gedachte nodigt uit tot een radicaal andere manier van leven. Niet gericht op wat komt, niet gebonden aan wat was, maar volledig aanwezig.
Wat denk jij? Bestaat het nu slechts als overgang, of schuilt daarin de eeuwigheid?

